• Thema-artikel
Alice Middelkoop-Stijsiger

De zijinstromer als kans voor het lerarentekort

Zijinstromers vormen volgens de overheid de magische oplossing voor het lerarentekort. Een groot deel van de werkzame beroepsbevolking is op zoek naar zinvol werk en overweegt een switch naar het onderwijs. Zo’n overstapper zet veel op het spel in het achterlaten van een baan en starten van een studie en moet zorgvuldig opgevangen worden.

Stel: je wilt als school meer zijinstromers aantrekken, hoe ga je dan te werk? Wat moet je weten om dit goed te doen? In het eerste artikel van dit themanummer gaan we in op de achtergronden rondom zijinstromers in het onderwijs. Het volgende artikel laat een aantal zijinstromers aan het woord en tenslotte geven we tips voor goede begeleiding in de school.

Beeld

De overstap van een ander beroep naar het onderwijs moet niet onbezonnen worden genomen. Goede informatie is daarom bij de werving en selectie van de zijinstromer een eerste belangrijke stap. Sommige scholen organiseren informatieavonden waarop ze vertellen over het onderwijs en ingaan op pedagogische, didactische kanten van het beroep, tekortvakken, arbeidskansen en mogelijke routes voor opleiding. Het komt regelmatig voor dat zijinstromers denken dat scholen zo om hen zitten te springen en dat er niet veel eisen aan hen worden gesteld. Een concreet en realistisch beeld van het onderwijs werkt daarom vaak als eerste selectie voor het maken van een weloverwogen keuze.

Een tweede stap voor scholen is het leren kennen van je zijinstromer: ze zijn er namelijk in allerlei soorten en maten. Veel factoren spelen een rol bij een succesvolle overstap, waarbij motivatie en opvattingen over onderwijs enigszins voorspellend zijn. Passie voor de jeugd, bijdragen aan het maatschappelijke belang van onderwijs en positieve ervaring met begeleiden van stagiaires zijn positieve indicatoren, terwijl een focus op financiële stabiliteit, kortere werkdagen of langere vakanties doorgaans contraproductief werken. Ook blijken de opvattingen van zijinstromers over wat goed onderwijs is, sterk uiteen te lopen. Als de onderwijspraktijk sterk verschilt van de eigen voorstellingen, geeft dat vaak spanningen die kunnen leiden tot vertrek uit het onderwijs.

Passende opleiding

Het vaststellen van de opleidingsroute voor een overstapper verschilt per onderwijssoort en eerdere werkervaring. Voor het po en vo is een hbo- of wo-opleiding die leidt tot een onderwijsbevoegdheid verplicht. Heeft iemand al een afgeronde relevante hbo- of wo-opleiding, maar geen lesbevoegdheid, dan kan deze persoon in aanmerking komen voor het traject Zijinstroom in Beroep (ZiB). De kandidaat krijgt dan een assessment om eerder verworven competenties in kaart te brengen en een maatwerktraject samen te stellen voor een passende, tweejarige opleiding.

Ook een mbo-docent kan ook deze manier bevoegd raken, maar hier is tevens een alternatieve route: het behalen van een Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG). Met deze post-hbo-opleiding van bijna twee jaar wordt de mbo-zijinstromer klaargestoomd voor de klas.

Deze kortere trajecten zijn populair bij werkgevers en docenten in opleiding. Niet alleen omdat ze een subsidie opleveren van 25.000 euro, maar ook omdat de studiebelasting hier lager is en de docent dus meer uren beschikbaar is op de werkvloer. Toch zijn korte trajecten niet zonder zorgen. Voorlopige onderzoeken wijzen uit dat docenten die easy in het onderwijs komen, er ook easy out gaan. Dit waarschijnlijk doordat de identiteit en expertise van de rol van leraar te weinig eigen is gemaakt. Je identificeren met een beroepsgroep en je er op je plaats voelen, heeft namelijk tijd nodig. En leraar zijn is een ambacht: je leert het langzaamaan door veel te oefenen.

Voorlopige onderzoeken wijzen uit dat docenten die easy in het onderwijs komen, ook easy out gaan.

Alice Middelkoop-Stijsiger

Vervlogen idealen

Dat een zijinstromer na zijn benoeming in het vo en mbo meestal direct voor de klas mag, vormt een risico. Scholen kunnen echter veel doen om te zorgen voor een zachte landing. Goede begeleiding staat daarbij met stip bovenaan (zie thema-artikel 3). Een leidinggevende kan een verschil maken in verschillende opzichten: is het werk goed geregeld, de inhoud van de les bekend en afgestemd op de kwaliteiten van de zijinstromer? Een vacature op school bevat nogal eens de overgeschoten brokken waar geen docent warm voor loopt, maar het is de vraag of die dan geschikt zijn voor de nieuwe collega.

Eenmaal voor de groep vraagt klassenmanagement doorgaans de meeste aandacht. Ook een goed doordachte didactische aanpak waar je vervolgens twintig of meer leerlingen doorheen moet loodsen, zorgt regelmatig voor de nodige hoofdbrekens. Menige overstapper voelt zich na een enkele week voor de klas afglijden van expert naar een wat onbeholpen starter. Idealen vervluchtigen en opvattingen over eigen kwaliteiten verschrompelen. Juist dan is een team van belang. Informeer eens hoe het met de nieuwe collega gaat, ondersteun in hulpvragen en sluit aan bij de behoeften van de zijinstromer. Die heeft groeiruimte en steun nodig om zich de nieuwe, complexe taak eigen te maken.

Blijvertje

Precieze aantallen hoeveel personen de overstap naar het onderwijs maken, zijn niet bekend. Wel het aantal subsidies dat aangevraagd is. Die zijn bij het vo circa 5 tot 10% van de totale nieuwe personeelsinstroom, bij het po 10 tot 15% en het mbo 30 tot 60%. Het mbo kent een langere traditie van zijinstromers, doordat relevante werkervaring voorwaarde is voor het geven van een beroepsgericht vak.

Hoewel carrièreswitchers dus zeker tekorten op de scholen opvullen, is dat in het po en vo niet substantieel. Temeer daar het vertrek van deze groep starters in het onderwijs aanzienlijk hoger ligt dan bij jonge starters via de lerarenopleiding. Kortom, willen scholen zijinstromers inzetten als serieuze oplossing voor hun personeelstekorten, dan zullen ze op diverse fronten moeten inzetten. Voorlichting en selectie en het faciliteren van studie, goede begeleiding en het creëren van een zachte landing in de klas en in het team zijn van belang. Een overstapper zet immers veel op het spel in het achterlaten van een baan en starten van een studie. Als dit dan mislukt, is dat niet alleen jammer van alle inspanning, maar doet dat het onderwijs en de zijinstromer geen goed. Zorgvuldigheid is dus geboden bij dit nieuwe potentieel, zodat zijinstromers met hun veelkleurigheid het onderwijs kunnen verrijken.

Auteur doet onderzoek naar het opleiden van zijinstromers in het mbo.

Terug naar overzicht