• In debat
Kees de Groot

IN DEBAT: 'De nieuwe burgerschapswet is positief voor het reformatorisch onderwijs '

De Tweede Kamer debatteerde op 9 november over de burgerschapswet van minister Slob (Onderwijs). Universiteit docent burgerschapsonderwijs dr. Bram Eidhof van de Universiteit voor Humanistiek juicht die wet toe. ‘Hij maakt de vrijheid van onderwijs robuuster’, aldus de auteur van een handboek burgerschapsonderwijs voor het VO. Daar kijkt mr. drs. Jaco van den Brink – advocaat bij BVD advocaten en jurist voor de VBSO – heel anders tegenaan: ‘Deze wet zet een verkeerde stap.’

Eerste termijn, Bram Eidhof :

‘De wet stelt strengere eisen aan scholen in het funderend onderwijs. Zo moeten zij hun leerlingen respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bijbrengen. Daarnaast behouden scholen ruimte een eigen visie te formuleren en te delen. Daarmee is niet langer mogelijk om bijvoorbeeld het homohuwelijk als onwenselijk te bestempelen, tenzij ook wordt benoemd dat homo’s en hetero’s voor de wet gelijk zijn, inclusief toegang tot het burgerlijk huwelijk.
Het wetsvoorstel is mogelijk een uitdaging, maar uiteindelijk een zegen voor het reformatorisch onderwijs. Om drie redenen.

Ten eerste vragen leerlingen van scholen om hun leefwereld serieus te nemen, zoals de leerlingen van het Wartburg College in 2017 deden in een leerlingmanifest . Die leefwereld gaat overwegend uit van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, inclusief interpretaties van die waarden die niet stroken met het reformatorische perspectief. Ook wanneer het doel is om leerlingen het geloof bij te brengen, is begeleide confrontatie een betere strategie dan isolatie.

Ten tweede beschermt de democratische rechtsstaat ook de vrijheid van religie. Dat daar op openbare scholen meer aandacht voor komt, is geen overbodige luxe.
Ten derde verbiedt het wetsvoorstel antidemocratisch en antirechtstatelijk onderwijs. Dat slaat tegenstanders van de onderwijsvrijheid een belangrijk argument uit de handen, namelijk dat binnen het bijzonder onderwijs het afwijzen een vreedzame en democratische manier van samenleving op orthodox-religieuze gronden mogelijk is.
Kortom, het wetsvoorstel maakt de vrijheid van onderwijs robuuster, juist door haar enigszins in te perken.’

‘Begeleide confrontatie werkt beter om leerlingen geloof bij te brengen dan isolatie’

Bram Eidhof

Reactie, Jaco van den Brink :

‘Alle waardering voor de scherpe omschrijving van het wetsvoorstel door Eidhof; goed ook dat hij op de positieve kanten wijst. Wat betreft de uitdaging die hij noemt: ik hoop absoluut dat reformatorische scholen daarop enthousiast ingaan.

Maar deze wet biedt niet alleen een kans – hij zet ook een verkeerde stap. Als burgerschapsonderwijs wordt getoetst aan de basiswaarden van de democratische rechtsstaat lijkt ineens de vraag legitiem: welke opvattingen zal de overheid op school toestaan, en welke niet? De kern van de richtingsvrijheid in het onderwijs is juist dat die vraag buiten de orde is (zolang het niet gaat over gewelddadig of respectloos ondermijnende opvattingen).

Daarbij komt dat sommige politici onder de onopgeefbare basiswaarden vooral verstaan het idee dat elk individueel kind autonoom is, in identiteit, keuzes en in relaties. De tegenstelling met christelijke waarden van dienstbaarheid, afhankelijkheid en het luisteren naar Gods Woord is voor mij te groot om ervan uit te gaan dat die zich in de praktijk wel laat overbruggen.

De discussie gaat dan ook niet over begeleide confrontatie, maar over de uiteindelijke strekking van de vorming van onze kinderen op school. Gelet op die levensbeschouwelijke verschillen kan de wetgever nu niet streven naar éénduidige morele basiswaarden in de onderwijswetgeving. Wel naar aanmoediging van moreel burgerschapsonderwijs in het algemeen.

Overigens moet het wetsvoorstel ons niet tot onverstandige prioriteiten verleiden: “kleinschalige” waarden als verantwoordelijkheid, naastenliefde en trouw zijn van fundamenteler belang dan grote begrippen als vrijheid, gelijkheid en democratie.’

‘In een rechtsstaat eerbiedigt de overheid haar grenzen in de samenleving’

Jaco van den Brink

Repliek, Bram Eidhof :

‘Ik deel Van den Brinks zorg – het wetsvoorstel moet scholen niet te veel beperken. Maar dat doet deze wet ook niet; scholen behouden immers hun vrijheid om bijvoorbeeld christelijke waarden een plek te geven.

De wettekst luidt namelijk: “(…) bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat (…).” “Respect voor” is nieuw, maar iets anders dan “onderschrijven van”. Respect voor het één (de democratische rechtstaat) kan zelfs bestaan naast méér respect voor christelijke waarden.

Daarnaast leidt richtingvrijheid tot verschillen tussen scholen. Dat is waardevol, maar kan ook tot botsingen leiden, bijvoorbeeld tussen leerlingen van verschillende scholen. Om deze botsingen in goede banen te leiden, is meer nodig dan simpelweg het afwijzen van geweld.’

Dupliek, Van den Brink:

‘Vooral de woorden “respect voor basiswaarden” zijn onduidelijk. Ze creëren een grijs gebied – terwijl handhaafbare verplichtingen zoveel mogelijk zwart-wit moeten zijn. Eens dat “respect” nog geen “acceptatie” betekent, maar de toelichting van de regering lijkt daarvan wel uit te gaan.

Inderdaad is belangrijk dat scholen bij kinderen werken aan vertrouwen in andere bevolkingsgroepen; geen bezwaar dus tegen een verplicht samenhangend onderwijsplan hiervoor. Maar het wetsvoorstel lijkt ons land te willen samenbinden rond de basiswaarden. Best een mooie gedachte, maar in onze samenleving is het harde instrument van een wettelijke bekostigingsvoorwaarde daarvoor ongeschikt. In een rechtsstaat eerbiedigt de overheid haar grenzen in de samenleving – ook volgens de christelijke traditie, zodat (groepen) burgers zelf hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.’

https://www.rd.nl/meer-rd/onderwijs/docenten-wij-begrijpen-de-leefwereld-van-jongeren-niet-1.1406998

Terug naar overzicht