• Achtergrond
Mettie de Braal

Meer muziek met Muziekaal

Een belangrijk onderdeel van de liturgie van de tempel vroeger en de kerkdienst nu bestaat uit muziek en zang. Op de christelijk-reformatorische basisscholen wordt veel gezongen. Toch lijkt een serieuze muziekles maar moeilijk uit de verf te komen. Menig leerkracht voelt zich onzeker over zijn muzikale vaardigheden. Ook sneuvelt de les regelmatig vanwege tijdgebrek.

De verleiding is dan ook groot om als er muziek op het rooster staat, een liedbundel uit te delen of liederen op het scherm te projecteren en een poosje te zingen. Lidianne Mijnheer, projectmedewerker bij Driestar educatief, vindt dat jammer. ‘Ook muzieklessen zijn belangrijk. Uit literatuuronderzoek blijkt dat naar muziek leren luisteren en zelf musiceren, andere verbindingen in de hersenen legt dan wanneer leerlingen bezig zijn met andere vakken.’

Liedbundel

Haar collega van Gerrald van Beek legt uit dat een liedbundel wezenlijk verschilt van een methode. ‘Een methode heeft een didactische achtergrond, gaat uit van lesdoelen en heeft een bepaalde opbouw.’ Sommige scholen gebruiken de opbouw van een seculiere methode en kiezen dan zelf de liederen die aansluiten bij de identiteit van de school. Dat vraagt, alleen al vanwege de niet-passende muziekstijl en dito muzikale inhoud van die methode, vaak een forse tijdsinvestering van de leerkracht. Bovendien bestaat de kans dat een willekeurig hapsnapaanbod niet voldoet aan de kerndoelen van SLO.

Omdat scholen toch aan de kerndoelen willen voldoen, heeft de Stichting Leermiddelenontwikkeling Reformatorisch Onderwijs (SLRO) naar mogelijkheden gezocht voor het ontwikkelen van bij de identiteit passend en gebruiksklaar materiaal. Mijnheer pakt samen met collega-projectleider Van Beek de handschoen op. Ze vormen een prima duo. Zij musiceert graag en als voormalig leerkracht basisonderwijs vindt ze muziek geven het mooiste wat je kunt doen. Hij heeft veel ervaring in het leiden van verschillende projecten.

‘Naar muziek leren luisteren en zelf musiceren legt andere verbindingen in de hersenen dan andere vakken’

Lidianne Mijnheer

Van Beek bekent dat hij momenteel alleen maar graag muziek beluistert en hij kwalificeert zichzelf als minder muzikaal vaardig. Daardoor begrijpt hij wat een leerkracht die zich ook zo voelt, nodig heeft om een goede muziekles te kunnen geven. ‘De inzet is een methode waarmee de leerkracht die weinig muzikale vaardigheden heeft uit de voeten kan. Tegelijkertijd moet de methode ook waardevol zijn voor de leerkracht die wel ervaren is, zodat die zijn creativiteit erin kwijt kan.’

Feedback

Een nieuwe methode ligt niet zomaar maar op de plank. Daar gaat een heel proces aan vooraf. Eerst wordt onderzocht wat de scholen nu precies willen. Uit die verkenning ontstaat een leermiddelontwerp. Daarna start er een pilotfase.

Voor de pilot zijn er voor elke jaargroep drie lessen ontwikkeld. De lessen worden meegelezen door verschillende klankbordgroepen. De meelezers behoren tot de achterban, werken in het onderwijs of zijn vanwege andere hoedanigheden betrokken bij het traject. De klankbordgroepen en mensen die feedback geven, zijn belangrijk om in elke fase van het project te kunnen bepalen of de juiste keuzes worden gemaakt.

Meer dan honderd geïnteresseerde personen en tachtig scholen hebben die lessen aangevraagd en gekregen. Zij zijn ermee aan de slag gegaan of hebben ze doorgelezen. Uiteraard is er op de materialen feedback gegeven. Daarna is er een peiling uitgezet om groen licht te kunnen geven om verder te gaan met deze methode. Een uitgave moet ook in financieel opzicht rendabel zijn. Er blijkt voldoende interesse te zijn om de stap te wagen.

De projectleiders coördineren het schrijfproces. Zij hebben zicht op de uitgangspunten van de methode en op wat nu het einddoel is. Het redactieteam schrijft. De kartrekkers zitten de redactievergaderingen voor, maar bemoeien zich niet of nauwelijks met de inhoud.

‘De inzet is een methode waarmee de leerkracht die weinig muzikale vaardigheden heeft, uit de voeten kan’

Gerrald van Beek

Laagdrempelig aanbod

De auteurs weten waar ze aan toe zijn wanneer ze gaan schrijven. In de leidraad zijn de kaders van de inhoud vastgelegd in een leermiddelontwerp, evenals de onderwerpen die aan de orde moeten komen. Daarnaast is er een projectplan waarin alle gemaakte afspraken staan. Mijnheer benadrukt nog eens het doel van het project: ‘We willen de leerkrachten een gereedschapsbox aanreiken, zodat zij zelf in staat zijn om muzieklessen te geven. Laagdrempelig, zonder de inhoud tekort te doen.’

De lessen zijn opgebouwd rondom thema’s. Tussen de inleiding en de afsluiting van elke les staan verschillende kernen: twee, drie of vier. Voor een muziekles van maar een kwartiertje is alleen de inleiding voldoende. Op een ander moment komen de volgende onderdelen aan de beurt.

De methode Muziekaal voldoet aan de kerndoelen van SLO. Daarnaast zijn er ook doelen toegevoegd die linken aan bijvoorbeeld de christelijke feestdagen en de vaderlandse geschiedenis. Zo sluit het geheel mooi aan bij de identiteit van de scholen. In drie jaar tijd wordt de methode met tien lessen per jaargroep uitgerold. Elke leerkracht haalt daarmee meer uit zijn muziekles.

Tip: Wil je graag pilotlessen ontvangen? Stuur een mailtje naar h.a.mijnheer@driestar-educatief.nl Nog vragen, mail dan naar g.vanbeek@gouwe-academie.nl


Ook in de toekomst christelijke leermiddelen

In 2020 richten VGS en VBSO vanuit urgentiebesef de SLRO op. Het doel van de stichting is om te zorgen dat het christelijk-reformatorisch basisonderwijs ook in de toekomst gebruik kan blijven maken van christelijke leermiddelen. ‘Het verhaal achter een methode dient een Bijbels mens- en wereldbeeld te hebben.’ (Bron: https://slro.nl)

Terug naar overzicht