• meditatie
  • thuiszitters
  • thuisonderwijs
prof. dr. H. van den Belt

Hineni - meditatieve gedachten rond het thema

‘De HEERE riep Samuël; en hij zei: Zie, hier ben ik’’ – 1 SAMUËL 3:4

Wat doet het met je als je niet naar school kunt? Je hebt minder contact met andere kinderen en al snel raak je in een isolement. Dat kan een drukkend gevoel van eenzaamheid geven.

Alleen zijn kan je echter ook vormen. Denk even aan Samuël. Hij gaat al heel jong naar een vreemde omgeving en mist het con-tact met zijn halfbroers en -zussen en met de andere kinderen uit Ramathaïm-Zofim. Hij is nog heel jong, een pas gespeende kleuter, als Hanna hem naar Silo brengt. Hij groeit op in een isolement en in een gevaarlijke omgeving met Hofni en Pinehas in de buurt. Of er andere jonge kinderen in en rond de tabernakel wonen, weten we niet. Het lijkt erop dat Samuël privéles krijgt, homeschooling, en niet eens van zijn eigen ouders, maar van een oude priester.

Groei

Toch vormt deze vreemde ervaring Samuël op een eigen wijze. Hij leert om te dienen. Dat is een kwestie van zelfverloochening. Het is genade als het isolement je niet egoïstisch maakt, maar dienstbaar. Samuël is een fijne jongen. Hij krijgt gaandeweg meer aanzien en gunst bij de HEERE en bij de mensen. Dat heeft hij van zijn moeder die hem aan God heeft opgedragen en dagelijks voor hem bidt. Hij dient voor het aangezicht van de HEERE, omgord met het linnen priesterkleed dat zijn moe-der met zoveel zorg heeft klaargemaakt. Elke keer een nieuw priesterpakje, een paar maten groter. Ook al mist Samuël veel in vergelijking met anderen, de liefde, zorg en toewijding van zijn moeder maakt alles goed.

Roeping

Dan klinkt opeens in de nacht die onbekende stem: ‘Samuël, Samuël.’ Zouden de moeilijke omstandigheden Samuël sensitief hebben gemaakt voor Gods roepstem? Je bent in ieder geval welkom bij de Heere, ook als je niet gewoon naar school kunt. Anders dan we vaak denken – en anders veel kinderbijbels willen – staat Samuël niet meteen op om naar Eli te gaan. Hij geeft antwoord op de roepstem. ‘Hij zei: Zie, hier ben ik.’ Pas dan, als hij begint na te denken, trekt hij de conclusie dat het Eli wel zal zijn. ‘En hij liep tot Eli en zei (opnieuw): Zie, hier ben ik.’ Vaak is je eerste, intuïtieve reactie de beste: ‘Hineni’ of: ‘Zie, hier ben ik.’

Prof. dr. H. van den Belt te Woudenberg is hoogleraar Systematische Theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

Terug naar overzicht