School met de Bijbel De Zaaier in Harskamp heeft een lange geschiedenis. De school weet al ruim een eeuw om te gaan met verschillen. Enerzijds is er het verlangen om vast te houden aan de christelijke identiteit, anderzijds is er verdraagzaamheid naar andersdenkenden.
Op De Zaaier in Harskamp probeert het team het christelijk geloof door te trekken in het hele onderwijs. Bovenbouwcoördinator en leerkracht Jaco Jansen (45) noemt een voorbeeld: een kind dat vraagt of de meester voor de guppy’s wil bidden. ‘Daar kies ik dan mijn eigen woorden in. Maar ik probeer tegelijkertijd wel de transfer te maken naar zorg voor de schepping.’
Het typeert een school waar geloof verweven is met het dagelijks onderwijs, een school met een open toelatingsbeleid en daarmee een brede achterban. Voor Jansen was dat niet vanzelfsprekend. ‘Het concept van de School met de Bijbel kende ik niet. Ik heb zelf alleen reformatorisch onderwijs genoten, dus ik had er wel wat huiver bij.’ Die terughoudendheid maakte plaats voor waardering. ‘Uiteindelijk is het heel erg mooi. Het verruimt je blik, door al die verschillende kinderen die voor je neus zitten. Van reformatorisch tot kinderen die nergens aan doen. Er is hier veel verdraagzaamheid.’
‘Ik hoeft niemand te overtuigen; ik hoef alleen maar te getuigen’
Niels van Garderen
Fundament
Die breedte van vandaag is niet los te zien van de geschiedenis. ‘Het begon hier als een gehucht van arbeiders, zo’n 150 jaar geleden. Mannen waren weg voor arbeid, vrouwen zorgden thuis voor het vee en op het land’, vertelt leerkracht Niels van Garderen (41). In die context ontstond een klein, illegaal schooltje. ‘Het begon met “ouwe Trui”, een weduwe die als een van de weinigen kon lezen en schrijven. Ze kreeg op haar hart dat kinderen de Bijbel moesten kunnen lezen. Daarom startte ze een bewaarschooltje op.’
Ze werd aangeklaagd en veroordeeld, maar de gemeenschap betaalde haar boetes. De overheid ging het initiatief uiteindelijk steunen. ‘In 1894 is het officieel als school gestart. In dit verhaal ligt het fundament van deze school, we staan nog steeds in diezelfde traditie.’
Gemeenschap
Leerkracht en intern begeleider Cornelis Mosterd (42) ziet daarin een lijn naar het heden. ‘Wat Groen van Prinsterer ooit wilde, een school met een open Bijbel voor iedereen, komt hier heel dichtbij.’ Juist dat ‘voor iedereen’ krijgt in Harskamp concrete betekenis. Volgens hem is De Zaaier ‘een minisamenleving’, waar ouders bewust voor kiezen. ‘Het is een dorpsschool, en met elkaar vormt die een gemeenschap in het klein.’
Het verhaal van de school wordt zo telkens opnieuw geschreven, door nieuwe generaties. Tegelijk is de context veranderd. ‘Je hebt kinderen die amper in de kerk komen, misschien alleen hun opa’s en oma’s nog. Openheid en verdraagzaamheid zijn belangrijk op onze school. Tegelijkertijd is er wel beginselvastheid.’
Die combinatie vraagt voortdurend om afstemming. ’Je bedient het hele spectrum’, zegt Mosterd. ‘Er zijn grote verschillen tussen ouders, dus je moet continu rekening houden met elkaar. Toch is er een gezamenlijke basis, we kunnen het alleen als we het samen doen.’
In de praktijk wordt zichtbaar hoe het verhaal doorwerkt. Mosterd vertelt over een schooluitje in Amsterdam. ‘Een onkerkelijke moeder riep: “Kom jongens, eerst gaan we de handjes vouwen!”’ Ook in de klas ziet hij hoe kinderen dingen oppakken. ‘Kinderen horen het paasverhaal misschien maar één keer per jaar. De lijdenstijd kan daarom niet lang genoeg duren.’
'Openheid en verdraagzaamheid zijn belangrijk op onze school. Tegelijkertijd is er wel beginselvastheid'
Cornelis Mosterd
Spanning
Tegelijk is die openheid niet zonder spanning. Directeur Ronald van Ee (44) noemt een voorbeeld. ‘Soms krijgen we vragen van ouders. Een kind kan niet slapen, omdat de leerkracht gesproken heeft over de eeuwigheid.’ Dat vraagt zorgvuldigheid in woordkeus, maar geen aanpassing van de boodschap.
Ook onderling kunnen verschillen schuren. ‘Heel soms is er veroordeling van leerlingen naar andere leerlingen’, zegt Jansen. Daarom wordt hier bewust aandacht aan besteed. ‘We hebben jaarlijks een identiteitsbijeenkomst waarin we casussen behandelen.’ Van Ee vult aan: ‘Soms zijn er schurende gesprekken in de personeelskamer, maar dat mag ook.’
Het vraagt in ieder geval zorgvuldigheid. ‘Je let op wat je bidt vóór het weekend’, zegt Jansen. ‘En ook bij het praten over doop moet je voorzichtig zijn: niet elk kind is gedoopt.’
Getuigen
De houding van de leerkracht is daarin belangrijk, zegt Van Garderen: ‘Ik hoef niemand te overtuigen. Ik hoef alleen maar te getuigen.’ Dit kenmerkt de traditie van de school: niet dwingen, maar doorgeven. ‘Iedere dag merk je dat. Het leven mag je vieren met de leefgemeenschap. Genieten van de schepping, maar ook als er ruzie opgelost wordt, of meeleven als er ziekte is in de familie.’
Soms wordt zichtbaar hoe dat doorwerkt. Van Ee: ‘Kinderen horen het ook van elkaar. Of ze vertellen zelf dat ze geloven in de Heere Jezus.’ Ook oudere leerlingen spreken zich met regelmaat uit. ‘Dan zeggen ze: “Als ik later zelf mag kiezen, ga ik wel naar de kerk, hoor meester!”’
Spil
De Zaaier is een plek waar de samenleving in het klein bij elkaar komt. ‘Bij vieringen, een actiemarkt of projectweek komt heel Harskamp naar school’, zegt Jansen. Van Garderen: ‘Je bent een spil in de samenleving. Mensen hebben hier op school gezeten en komen elkaar later weer tegen.’
Soms wordt die verbondenheid tastbaar. Jansen vertelt over een wensambulance. ‘Er kwam een mevrouw die hier heel lang geleden op school gezeten had. Ze wilde nog één keer langskomen. Ze had het hier als een warme, veilige plek ervaren.’
Kwaliteit
Tegelijk moet er ook goed onderwijs gegeven worden. Mosterd: ‘Ouders zijn erg tevreden en geven ons veel vertrouwen. Maar we moeten wel het eerlijke verhaal vertellen: onze scores kunnen beter, ook al hebben ouders meer vertrouwen in de school dan in de inspectie.’ Daar ontstaat soms een spanning. Van Ee: ‘De cultuur is hier minder resultaatgericht, meer gericht op veiligheid en met plezier naar school gaan. Maar het groeien in resultaat mogen we niet vergeten.’
De balans moet daarbij niet doorslaan. Mosterd: ‘Onderwijs is niet altijd te meten in resultaat. Je voelt het als leerkracht dat er iets gebeurt in de klas. Het ambacht van de leerkracht is niet te onderschatten.’ Mosterd gebruikt daarbij het beeld van pedagoog Wim ter Horst. ‘We zijn bezig als hoveniers in een tuin. Dat vraagt inspanning. En uiteindelijk ligt de uitkomst niet in eigen hand. We mogen het van de zegen van God verwachten. Zodat, zoals onze missie zegt, onze kinderen groeien in toegeruste aarde.’