• Artikel overig
Gertrude de Wildt-Brouwer

Héél de Bijbel vertellen

Zou het lukken om een boeiend Bijbelverhaal te vertellen over de brief van Paulus aan Efeze? Volgens Mirjam Jacobse wel. In november presenteerde ze haar scriptie bij Driestar Educatief. Samen met nog een aantal Pabostudenten studeerde ze af op het doorvertellen van onbekende Bijbelgedeelten.

De Bijbellessen die de studenten maakten gaan over allerlei Bijbelgedeelten waar weinig uit verteld wordt: de Tien Geboden, de brieven van Paulus, de brieven uit het boek Openbaringen. Begin november boden de Pabostudenten hun scripties aan aan Bart Drost van de Bond van Zondagsscholen van de Gereformeerde Gemeenten. Anja van der Hoek, rekendocente aan de Pabo en bestuurslid van de Bond, juicht het werk van de studenten toe. Evenals Drost denkt ze dat de lessen die de aanstormende juffen maakten breder inzetbaar zijn dan alleen binnen de zondagsscholen.

'Hebben kinderen al wel eens een Bijbelverhaal over het achtste gebod gehoord?'

Anja van der Hoek

Van der Hoek weet vanuit haar ervaring als zondagsschoolleidster hoe waardevol en belangrijk het is om “minder vertelde Bijbelgedeelten” toch te behandelen. Ze somt de drie redenen op.

Meer dan historie

De Bijbel biedt veel meer dan alleen historie. Al de Schrift is van God ingegeven, dus kinderen moeten ook vertrouwd raken met Bijbelgedeelten zoals de nachtgezichten van Zacharia, de brieven van Paulus en genres die minder voor de hand liggen om een vertelling over te doen.
Bekende Bijbelgedeelten verdienen verdieping. Kinderen die de zondagsschool bezoeken horen elke zondag wel de Tien Geboden voorlezen, maar weten ze hoe ‘wijd’ het gebod is, hoe ver de betekenis reikt? Hebben ze er al wel eens een Bijbelverhaal over gehoord?

Aandacht

Het is nodig omdat de aandacht van kinderen bij (over)bekende Bijbelse geschiedenis verslapt. Van der Hoek: “Als leidster op de zondagsschool merk ik dat kinderen soms moe worden van het steeds opnieuw horen van dezelfde verhalen. Ik moet er soms zwaar aan trekken om de aandacht te krijgen, zeker in de weken rond Kerst en Goede Vrijdag, als ze de geschiedenissen over de heilsfeiten al horen op school en in de kerk. Ik ben daarom gaan zoeken hoe ik kon vertellen uit minder bekende Bijbelgedeelten. Ik heb voor mijn zondagsschoolkinderen bijvoorbeeld gedeelten uit het boek Ezechiël verteld. Ze luisterden met nieuwe aandacht. De Heere heeft een boodschap voor hen, ze weten niet alles al.”

Vertelervaring

Andersoortige vertelstof vraagt veel van de verteller, zeker als die persoon weinig vertelervaring heeft. Zondagsschoolleiders, maar ook leerkrachten zijn gebaat bij goed materiaal. Van der Hoek: “Ik ervoer zelf bij mijn vertellingen over Ezechiël hoe behulpzaam het was dat ik er een boek van ds. A. Moerkerken over Ezechiël bij kon gebruiken. Zondagsschoolleiders zijn meer gemotiveerd om over onbekende Bijbelgedeelten te gaan vertellen wanneer er een ‘kant-en-klaarpakket’ is voor hun vertelling. Goed dat deze studenten dat hebben ontwikkeld.”

Esther Kerkhoff

Krantenberichten

Studente Esther Kerkhoff ging aan de slag met een verhalenserie over de Tien Geboden. “Ik ontdekte dat de Tien Geboden veel meer inhouden dan ik op het eerste gezicht dacht. Ik hoop dat voor kinderen die deze lessen volgen de Tien Geboden ook meer betekenis krijgen in hun levens.”

Esther weet voor wie ze de lessen geschreven heeft: leidinggevenden aan zondagsscholen. Zelf geeft ze ook les op de zondagsschool. Al weet ze dat de tijd daar vaak beperkt is, toch heeft ze bij elke les een intro en een uitgebreide verwerking geschreven. “Misschien is dat wel beter bruikbaar in een onderwijssetting.”

Bij het zesde gebod schreef Kerkhoff een verhaal over een moeder die meeloopt met de Mars voor het Leven en daarover iets uitlegt aan haar zoon. In de verwerking vraagt ze de jongens en meisjes om in een krant berichten op te zoeken die te maken hebben met het zesde gebod. “Mijn verwachting is dat ze veel meer artikelen zullen vinden dan ze zelf gedacht hadden, omdat ze meer ontdekt hebben van wat dit gebod allemaal betekent.”

Mirjam Jacobse

Beeldend

Een tijdje terug hoorde Mirjam Jacobse een preek over de eerste Thessalonicenzenbrief. “De predikant vertelde zo beeldend over de wederkomst. Ik dacht: zo wil ik ook voor de kinderen in m’n klas vertellen.” Het werd het thema van haar scriptie: de brieven die Paulus stuurde aan de christengemeenten.

In haar scriptie komt het thema van de jongste dag aan de orde. “De wederkomst is een mooi onderwerp om het over te hebben. Het is beangstigend en hoopvol tegelijk. In de les die ik erover geschreven heb naar aanleiding van de Thessalonicenzenbrief heb ik fictie gebruikt. Ik breng een persoon uit de gemeente in die dacht dat mensen niet zouden sterven voordat Jezus terugkwam. Maar toch sterven er gelovige christenen. Hoe kan dat nou? Als Paulus’ brief komt wordt deze prangende vraag beantwoord.”

Fictie gebruiken

Godsdienstdocent Peter van Olst begeleidde de studenten bij het schrijven van hun scripties. “Met creativiteit en studie kun je ook over deze Bijbelgedeelten een goed verhaal neerzetten, waarbij kinderen hun verbeelding gebruiken en zich mee laten voeren.”

Docenten die zelf aan de slag willen met het vertellen van Bijbelgedeelten die niet tot de standaard ‘vertelstof’ behoren, raadt Van Olst aan om het Bijbelgedeelte eerst tot zichzelf te laten spreken. “Kijk daarna ook welke plek dit stukje inneemt in de grote lijn van de Bijbel. Dan bedoel ik niet alleen chronologisch, maar ook in de heilsgeschiedenis. Pik de verhalende elementen eruit, bijvoorbeeld een personage of een plaats, waar je je vertelling aan kunt ophangen.”

'Prikkel de verbeelding zó dat kinderen dichter bij de Bijbeltekst komen'

Peter van Olst

Dan volgt een ‘spannende’ laatste stap: het toevoegen van fictie om een verhaal te maken van iets wat nog geen verhaal is. “Wees moedig én voorzichtig,” luidt Van Olsts advies. “Lees je goed in. Lynn Austin maakt in haar boeken vrijmoedig gebruik van fictie. Wat je ziet is dat een Bijbelverhaal dan echt gaat leven. Prikkel de verbeelding zo dat kinderen dichter bij de Bijbeltekst komen.”

Terug naar overzicht