• verdriet
  • overlijden leerling
Mettie de Braal-Prins

Al vroeg veilig thuis

Dochter van Jan en Marjolijn Kleppe verongelukte op zestienjarige leeftijd

‘Fijn dat we weer over Marylène kunnen praten.’ Vier jaar na het overlijden van hun zestienjarige dochter vertellen Jan (50) en Marjolijn (45) Kleppe graag over het leven en het sterven van hun kind. ‘Het belangrijkste is dat dit gesprek vooral gaat over de goedheid van de Heere.’

In de woonkamer van de familie Kleppe uit Scherpenisse staan op de schouw twee prachtige foto’s van hun Ethiopische adoptiekinderen Marylène en Amanuel. Jan en Marjolijn vertellen: ‘Marylènewas een open, vrolijk en positief ingesteld kind. Ze leek een vlinder en onderhield veel contacten. Als ze thuiskwam uit school begon ze bij de open poort al aan haar verhaal. Haar broer is haar tegenpool. Hij trok zich aan zijn zus op. We beseffen nog steeds niet dat zij er niet meer is. Ons bevattingsvermogen is te klein voor het definitieve van haar overlijden. Op 28 mei 2015 gaven we haar ’s morgens om half acht hier bij de boekenkast nog een kus. Ze zou op de fiets naar haar vakantiebaantje gaan en wij gingen naar Gouda. Wij vertrokken een kwartier eerder.’

‘Ik zou geen moment weten dat bij Marylène het vertrouwen in de Heere Jezus er niet was’

Marjolijn Kleppe

Een bos zwarte krullen

‘Onderweg kregen we een telefoontje van haar werkgever dat Marylène aangereden was’, vervolgen Jan en Marjolijn. ‘“Het ziet er ernstig uit”, zei hij. We zijn direct teruggereden.’ Het heftigst vond Marjolijn dat anderen haar tegenhielden om naar haar dochter te gaan. ‘Op de weg stonden schermen en daarachter vochten hulpverleners voor haar leven. En ik als moeder mocht niet naar haar toe. De agent die ons begeleidde, gaf op elke vraag een ontwijkend antwoord. “Bereid je maar voor op het ergste”, zei hij. Toen Marylène de traumahelikopter ingeschoven werd, zag ik alleen een bos zwarte krullen en een zuurstofmasker.’

Jan vult aan: ‘Onze predikant reed ons naar het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. We kregen toch een beetje hoop. Je brengt iemand toch niet voor niets naar het ziekenhuis? Marylène had veel letsel. Op de Spoedeisende Hulp van het EMC mochten wij naar binnen om haar te knuffelen. Toen wisten we eigenlijk wel hoe ernstig zij eraan toe was. Uiteindelijk bleek dat Marylene puur leefde op medicatie en door de beademingsapparatuur. Er was geen hersenactiviteit meer. We riepen haar broertje en onze ouders op om afscheid van haar te nemen, waarna ze aan het eind van de middag overleed. We kunnen niet anders zeggen dan dat artsen hebben gedaan wat ze konden.’

‘We beseffen nog steeds niet dat zij er niet meer is’

Jan Kleppe

Houvast aan de doop

De ouders zagen dat de Heere al jong in het leven van Marylène werkte. Marjolijn: ‘Ik zou geen moment weten dat het vertrouwen in de Heere Jezus er niet was. Ze hield zich vast aan de doopbelofte en ze geloofde dat haar zonden om de verdienste van Christus vergeven waren. Als er in de preek iets voor haar bij was, liep ze huppelend naar huis. Indien niet, dan was ze intens verdrietig. Haar lievelingslied was ‘Daar is kracht in het bloed’. Op haar vragen of het toch wel echt was in haar leven, gaf Jan haar een boekje van Erskine, over de zekerheid van het geloof. Dat gaf herkenning. Ze heeft het aandachtig gelezen, kijk maar.’ Jan laat het boekje zien: hier een streepje, daar een vouw in de bladzijde. ‘We hadden het boekje graag aan haar klasgenoten gegeven, maar het is uitverkocht. Als alternatief kozen we het laatste boek waarin Marylène met vreugde heeft gelezen. Dankzij een royaal aanbod om voor de bekostiging zorg te dragen, konden we 180 exemplaren uitdelen.’ Het echtpaar ervoer in de dagen voorafgaande aan de begrafenis veel steun van de mentor van Marylène. ‘Van Steensel kwam elke dag. Hij vertelde dat Marylène na de godsdienstles vaak nog even bleef napraten. De zes vriendinnen van Marylène waren ook dagelijks aanwezig. Zij troostten ons op hun manier. Nu komen ze nog steeds. In ieder geval op 28 mei en 20 december; haar sterf- en geboortedag. Van Steensel sprak op de begraafplaats namens ons een dankwoord en deed aansluitend een dringend appel op de jongeren om God te zoeken. We mogen Marylène alvast veilig Thuis hebben. De Heere heeft dat in Zijn goedheid door anderen willen bevestigen.’

AANDACHTSPUNTEN BIJ EEN OVERLIJDEN:

• Bid met en voor de leerlingen
• Weet waar je het protocol kunt vinden
• Gebruik het protocol niet als een keurslijf; zorg voor maatwerk
• Zorg dat iedereen op tijd en juist wordt geïnformeerd
• Wees er voor de leerlingen
• Steun elkaar als collega’s
• Geef ruimte voor het verdriet door de leerlingen iets op te laten schrijven voor de ouders van het slachtoffer
• Herstel op school het “gewone leven”, zodat leerlingen elkaar niet overspoelen met emoties

‘Protocol helpt de goede dingen te doen’

Peter Kunst (locatieleider), Johan van de Waerdt (deelteamleider bovenbouw) en Marius van Steensel (godsdienstdocent en mentor van de vmbo-examenklas) blikken terug op haar overlijden

Op de tafel van de directiekamer van het Calvijn College, locatie Tholen, ligt een in het oog springend boek: ‘Getroost leven en sterven’ van ds. G. Boer. Dat boek blijkt het geschenk te zijn dat de ouders van Marylène aan haar klasgenoten hebben gegeven.

Wie was Marylène Kleppe?

Van Steensel: ‘Een op een positieve manier duidelijk aanwezige leerling. Ze praatte met iedereen en coachte derdeklassers. Marylène sprak open over het geloof en stelde tijdens de godsdienstlessen indringende vragen.’

Wat gebeurde er op donderdag 28 mei 2015?

Kunst: ‘De informatie kwam druppelsgewijs binnen: “Er is iemand aangereden op de provinciale weg.” “Het betreft een leerling van school.” Dan worden er namen genoemd. Uiteindelijk bleek dat het om Marylène ging. Aan het einde van de dag hoorden we dat zij aan haar verwondingen was bezweken.’

Hoe heeft de school dit bericht opgepakt?

Kunst: ‘Donderdagavond zijn we bij elkaar gaan zitten om te overleggen wat ons te doen stond. Uiteraard is er een protocol.’
Van de Waerdt: ‘Een protocol helpt om de goede dingen te kunnen doen en geen belangrijke zaken te vergeten. Het zet de emoties even aan de kant, waardoor er ruimte komt om te handelen. Het is belangrijk dat iedereen die het moet weten goed geïnformeerd is.’
Kunst vult aan: ‘Het nieuws gaat heel snel. Als je de eerste leerling hebt gebeld, weet je dat hij of zij het bericht direct via de app verspreidt. Het is belangrijk zelf leerlingen te bellen met de exacte informatie.’
Van de Waerdt: ‘Een protocol voorziet niet in alles. Zoals we het nu hebben gedaan, hoeft geen format te zijn voor een andere keer. Iedere situatie is anders. Een complicerende factor was dat deze klas niet meer op school was. De leerlingen wachtten op de uitslag van het examen.’

‘Ik heb toen met de leerlingen wezenlijke gesprekken gevoerd. Zoals over de vraag: Wanneer kun je sterven?’

Marius van Steensel

Hoe ving de school de leerlingen op?

Kunst: ‘We hebben de dag na het overlijden de vierdeklassers laten terugkomen op school. Ook de burgemeester woonde de besloten bijeenkomst op de achtergrond bij. Ik heb de bijeenkomst geopend met Bijbellezen en gebed, collega Van Steensel is aan de hand van Jesaja 55:13 ingegaan op de waarom-vraag. Samen met de leerlingen stelde hij een advertentie op.’
Van Steensel: ‘In de dagen voorafgaand aan de begrafenis ging ik dagelijks naar de ouders van Marylène. Kleine groepjes leerlingen gingen mee. In alle verdriet was het een rijke tijd. Ik heb toen met de leerlingen wezenlijke gesprekken gevoerd. Zoals over de vraag: Wanneer kun je sterven?’
Een aantal leerlingen heeft het ongeluk gezien. Dat had veel impact. Van de Waerdt richtte een stilteplek in: ‘Maar na verloop van tijd moesten de lessen weer opgepakt worden. Ook dat kan helpen om het gebeuren een plekje te geven.’ Kunst benadrukt: ‘Het is belangrijk om er gewoon voor de leerlingen te zijn.’

En na de begrafenis, toen het gewone leven weer verderging?

Kunst: ‘De leerlingen die het ongeluk hebben gezien, kregen de gelegenheid om nog een keer met de orthopedagoog te spreken. Zij gaf aan dat meerdere gesprekken niet nodig waren. De meeste leerlingen van nu hebben Marylène niet gekend. We hoeven, om de ernst van het leven te benadrukken, niet steeds op specifieke sterfgevallen te wijzen. Het Woord gaat elke dag open.’

Terug naar overzicht