• verdriet
  • burn-out
Agnes de Penning, freelanceredacteur

Het vuur gedoofd

Beste onderwijscollega (nu je dat nog bent),

Alles ligt overhoop. Het is donker, het vuur is gedoofd. Jaren brandde het in me voort. Het werk was mijn liefde, werkelijk mijn vreugde en passie. Ik wist van geen ophouden, mijn bezieling gaf me vleugels. Ik wilde alles goed doen. En dat deed ik, want ik wist dat ik het kon. Ik was goed in wat ik deed, maar nu is het vergaan.

In de nacht schik ik de schriften in de kast, de stoelen op zijn plaats. Ik overdenk de werkjes, maak plannen, rafel mijn ideeën uit. Het is onophoudelijk. In de deken van de droom ga ik op schoolreis met mijn klas. Maar wat voel ik mij alleen. Ik sta hier midden in de stad. Negenentwintig paar ogen zijn op mij gericht: ‘Juf, waar moet het heen?’ Een tram nadert op het spoor. Het is een waas, een duistere schim. Ik weet niet hoe ik dit ooit moet doen.

Nu ga ik weer, maar eigenlijk kan ik niet. Het regent stil, mijn jas is nat. De dag begint, maar waar is de verkwikking van de nacht? Mijn kracht is weg. Ik ben een aanpakker, dus wil ik me niet laten kennen. De directeur vroeg me nog twee dagen in te vallen – en ik heb ‘ja’ gezegd. De werkgroep voor het project nodigde mij uit – en ik heb ‘ja’ gezegd. Ik ben gevraagd mee te denken over de nieuwe leerlijn voor volgend jaar – en ik heb ‘ja’ gezegd. Anderen verwachten dat van mij. Het is ook waar: ik zeg nooit ‘nee’. Kon ik het maar: ‘nee’ zeggen tegen de dingen die ik nu niet red, ‘nee’ tegen extra taken, ‘nee’ tegen nieuwe verantwoordelijkheden. Ik zie het werk, ik kan het, ik doe het met plezier.

De zon schijnt fel. Het is de dag van het project. De vreugde van papiermaché en verf stroomt door de school. Mijn klas is een juweel. Ik loop naar buiten, uitgeput. Een waas trekt voor mijn oog. Ik zie mijn schaduw. Het wordt zwart. De mist is eindeloos.

Een hand op mijn schouder, een stem die zegt: ‘Ga jij maar naar de dokter.’ Ik weet niet wat ik denken moet. Ik kan niet meer. De dokter zegt me maar één ding: ‘Stoppen, vanaf nu.’ Er is geen keus. ‘Stoppen, vanaf nu, vanaf nu’, klinkt het door in hoofd. ‘Stoppen.’

Daar zit ik dan. De juf die dacht dat ze het kon, maar ik kan niets

Maar wat er met me gaat gebeuren, is mij onbekend. Niets te horen is zoNu zit ik thuis. Geen kinderen, geen klas, geen bel, geen rode pen. De stilte vliegt me aan. Daar zit ik dan. De juf die dacht dat ze het kon, maar ik kan niets. Ik ben niet meer wie ik wil zijn, wie ik dacht dat ik was. Kan ik ooit wel voor de klas? Runde ik dag in dag uit een hele groep, nu ben ik blij met het ene keukenkastje dat ik op een morgen schoonmaak. Of ik wandel in de regen of in de zonneschijn, het is mijn zalf, mijn medicijn. Nu besef ik pas wat de laatste maanden met mij hebben gedaan. Ik moet leren rust te houden, ik moet leren me te ontspannen. Ik was rusteloos en opgejaagd. Nu kom ik op adem. Langzaam smelt mijn innerlijke jacht. Ik probeer voorzichtig te genieten van het niets, het kleine om me heen.

Maar wat er met me gaat gebeuren, is mij onbekend. Niets te horen is zo onverdraaglijk. Collega’s leven mee, ouders sturen kaarten, maar de grote en stille afzijdige is het bestuur. Ik weet het wel: je werkt niet om de waardering die je krijgt, want werken is je plicht. Maar waarom voel ik niet dat de bestuursleden er alles aan doen om mij te bieden wat ik nu nodig heb? Waarom laten ze mij niet weten hoe het verder gaat? Waarom maken zij niet inzichtelijk hoe mijn re-integratietraject eruit zal zien? De angst en onzekerheid maken me bedroefd, het belemmert mijn herstel. Jarenlang geef je je voor het onderwijs en dit is het offer. Want er ligt hier wel een zakelijke brief, maar waar is de menselijke kant? Het invoelen en medeleven? Een bloemetje of een bezoek aan huis? Wat mis ik hartverwarmende empathie. Ik voel me zo verlaten in dit eenzame proces.

Toch probeer ik langzaamaan wat taken op te pakken. Het doet me goed. Er is geen wrok of opstand. Ik neem wat toetsen af, ondersteun collega’s bij hun werk. Ik proef het schoolleven. De smaak is als vanouds.

Vastlopen is goed. Altijd. Je leert jezelf kennen. Het laat je zien hoe een mens is: hoogmoedig. Je raakt juffrouw-af en je wilt dat niet aanvaarden. Ik was mild, gelukkig ben ik het gebleven. Zelfs tegen hen die mijn herstel hebben bemoeilijkt. Ik heb geleerd de minste te zijn, te zwijgen. Dat is een proces. Dat kost tijd – en tranen.

Vastlopen is een levensles. Het gebeurt onder Gods voorzienigheid, daar ben ik van overtuigd. Hij doet het niet uit lust tot plagen. Wat er ook gebeurt: ‘Houd in uw weg het oog op God gericht.’ De uitkomst zal dan ook niet falen. Ik weet dat ik nooit meer voor de klas kan staan, zoals ik deed. De prikkels zijn te veel. De druk is te hoog. Nu heb ik werk dat ik aankan: een kleine groep, de dagen meer gespreid. Ik geniet ervan. Het is zo mooi.

Maar het litteken draag ik mee. Ik bescherm mezelf voor anderen. Ik ben meer gereserveerd, houd het werk op afstand. In mijn reacties kan ik wat afzijdig zijn. Ik weet het. Het is uit angst opnieuw gekwetst te worden, want mijn vertrouwen is beschadigd. Daarom bescherm ik mezelf door het harnas van afzijdigheid. Het is dun, maar het helpt me. Nu geef ik wel mijn grenzen aan, alleen heb ik dat te laat geleerd.

Beste collega, ga niet door tot het bittere einde, want dan is het te laat. Luister naar jezelf en neem afstand van je werk. Maak afspraken, dat kun je. Maar houd je er ook aan. Zorg dat je leven in balans is. Durf ‘nee’ te zeggen, al stel je anderen teleur. Of jezelf, wat misschien nog wel pijnlijker is. En, ik weet hoe onmogelijk het lijkt: stel je verwachtingen bij.

Doe je werk. Met liefde. Want het is – en blijft – het mooiste vak.

Veel arbeidsvreugde gewenst,

Een onderwijzeres

TIPS OM UITVAL DOOR BURN-OUT TE VOORKOMEN

• Geef je grenzen aan. Zeg niet overal ‘ja’ op en weeg af wat echt nodig is.
• Creëer meer ruimte voor jezelf.
• Communiceer dit met je leidinggevende.
• Leer tevreden te zijn met minder. Stel je verwachtingen bij wanneer je er niet meer aan kunt voldoen.
• Zorg dat je leven in balans is. Maak met jezelf afspraken en houd je daaraan.
• Luister naar je lichaam; neem signalen serieus. Ga niet door als gezondheidsklachten blijven aanhouden.

Terug naar overzicht