• identiteit
Gertrude de Wildt-Brouwer

Leerlingen over hun voorbeeld, en vice versa

Louisa van Hell (Kampen) over haar wiskundedocent Jan Vandermeer, en Marnix Nelemans (Leiden) over zijn muziekdocent Cornelis van Dis (Gouda)

Louisa van Hell (14) uit Kampen ziet haar wiskundeleraar, Jan Vandermeer, als een voorbeeld. Ze gaat naar het derde jaar van vmbo-kader, zorg en welzijn.

Wat vind je zo bijzonder aan Vandermeer?

‘‘Hij is vrolijk en hij staat makkelijk en positief in het leven. Ook over het geloof weet hij veel en hij leeft daarnaar. Het is fijn bij hem in de les. Ik voel me er goed bij.’

Wiskunde is nou niet echt een vak waarbij je van je stoel rolt van het lachen, toch?

‘Nee, maar hij reageert heel leuk op onze klas. We zijn druk en maken veel grapjes en sarcastische opmerkingen. Dat doet hij gewoon terug. Hij is nog jong, dat speelt ook mee. Hij gaat mee met de tijd.’

Heb je een leuke herinnering aan hem?

‘Het was helemaal niet aan het eind van het jaar ofzo, maar gewoon middenin, dat we tosti’s gingen bakken. Hij was tevreden over ons omdat we goede cijfers hadden gehaald. Hij zei: “Neem maar witbrood mee met kaas, dan zorg ik wel voor twee tosti-ijzers.” Het ging soms wel een beetje mis. De hele gang rook ernaar. De teamleider en andere klassen kwamen zelfs kijken wat er aan de hand was.’

‘Vandermeer, wow! Dat positieve en vriendelijke wat meneer Vandermeer over zich heeft, daar wil ik ook wel iets van hebben’

Louisa van Hell

Wat doe jij om op meneer Vandermeer te lijken?

‘Ik ben natuurlijk gewoon mezelf, maar dat positieve en vriendelijke dat hij over zich heeft, daar wil ik wel iets van hebben. Hij maakt makkelijk contact met mensen door gewoon een gesprekje aan te knopen. Dat probeer ik nu vaker te doen.’

Dat Louisa haar wiskundedocent Jan Vandermeer (23) zo positief waardeert, geeft voor de jonge docent ‘een nieuwe dimensie aan de lessen die eraan komen’.

U geeft wiskunde. Welke kennis en vaardigheden wilt u dat de leerlingen bijblijven?

‘Ik ben wiskundedocent, maar ik zou het niet erg vinden om een ander vak te geven. Ik heb een lerarenopleiding geschiedenis gevolgd, maar heb gesolliciteerd bij de sectie wiskunde omdat daar veel vacatures waren. Ik werk nu vijf jaar op de Pieter Zandt.’

Wat wilt u dat leerlingen onthouden van u als persoon?

‘Ik zou het heel erg vinden als het belangrijkste wat een leerling van mijn lessen onthoudt de stelling van Pythagoras is. We begeleiden leerlingen in een heel cruciale periode van hun leven. De keuzes die ze op deze leeftijd maken, zijn verstrekkend. Door te vragen naar wat hen bezighoudt, creëer ik openheid om dingen met elkaar te delen tijdens de dagopeningen. Dat zou me niet lukken wanneer ik, zodra ik de deur dicht doe, de wiskundeboeken zou pakken.’

Tijdens het interview krijgt Vandermeer Louisa’s lovende woorden onder ogen.

‘Ik word hier een beetje stil van. Het doet mij meer dan wanneer mijn teamleider mij tien jaar achter elkaar een positieve beoordeling zou geven. Louisa noemt dingen die ik zelf ook belangrijk vind. Het is God Die ons de opdracht geeft om blij te zijn. Het beste wat we voor onze jongeren kunnen doen, is dat we laten zien dat het leven met God niet moeilijk en zwaar is. Wat ik leuk vind, is dat juist Louisa zegt dat ze blij wordt van mijn lessen. Zij komt altijd met een lach de klas binnen.’

Marnix Nelemans (18) uit Leiden deed dit voorjaar vwo-examen aan het Driestar College in Gouda. Vol lof is hij over zijn vroegere muziekdocent, Cornelis van Dis.

‘Wat maakt Van Dis bijzonder?

‘Hij heeft oog voor elke leerling. Hij ziet waar je talenten en vaardigheden liggen. Hij zorgt voor extra uitdaging op de punten waar je sterk in bent.’

Dus hij bedenkt voor elke leerling een eigen leerlijn?

‘Ja, en dat lijkt me best intensief. Ik ben goed in het componeren van muziek. Van Dis gaf me tips over akkoordfuncties en melodietechnieken. Bij het uitzoeken van muziekstukken vond hij altijd wel iets wat paste bij de klas. We hadden bijvoorbeeld een jongen in de klas met een heel lage stem. Dan kwam Van Dis op de proppen met een stuk met een contrabas erin.’

‘Van Dis: chapeau! Het is aan Van Dis te danken dat ik nu begin met een lerarenopleiding muziek aan het conservatorium’

Marnix Nelemans

Je krijgt nu geen les meer van hem. Jammer!

‘Ja, maar we hebben wel genoten van het afsluitingsconcert in de Sint Jan. Daar voerden we ook een compositie uit die ik heb geschreven: Confutatis. Van Dis vond dat stuk goed. Toen hij het had gezien, zei hij: “Het staat sterk, verander er niks meer aan.” Het concert was echt de grande finale. Ook al zei Van Dis het niet letterlijk, hij straalde uit dat hij dankbaar is dat hij ons les mocht geven.’

Waarin wil jij op je muziekdocent lijken?

‘Hij is kritisch op zichzelf, blijft studeren en ontwikkelen. Hij is heel breed geïnteresseerd. Ik vind dat een mooie houding. Dat ik nu in Rotterdam aan het conservatorium de opleiding voor muziekdocent doe, komt vooral door zijn goede voorbeeld.’

‘Met mijn muzieklessen wil ik leerlingen iets meegeven wat hun leven lang meegaat.’ Cornelis van Dis (34), docent in Gouda, vindt het leuk dat zijn voormalige pupil ook muziekleraar wil worden.

Wat wilt u met uw leerlingen bereiken op muzikaal gebied?

‘Ik heb drie doelstellingen. Het is belangrijk dat leerlingen hun muzikale horizon verbreden. Als ze bijvoorbeeld van huis uit meer aan klassieke muziek gewend zijn, laat ik ze graag kennis maken met jazz of wereldmuziek. Een andere doelstelling is om leerlingen uit te dagen tot meer expressie. Ik begin de lessen met best wel gekke dingen. Ik vraag ze bijvoorbeeld om een gil te slaken. Niet alleen om hen te laten voelen wat dat met hun lichaam doet, maar ook omdat daarna niets meer gek is. Verder heeft muziek met heel andere waarden te maken dan nut. Het gaat om schoonheid, samen genieten. Ik wil leerlingen iets geven wat hun hele leven met hen meegaat.’

Hoe probeert u voor leerlingen een identificatiefiguur te zijn?

‘Als ik daar heel bewust mee bezig zou zijn, weet ik niet of dat wel eerlijk is. Ik hoop dat leerlingen mij kunnen vertrouwen, op mij aan kunnen. Daarvoor doe ik alles wat in mijn vermogen ligt. Ik probeer elke leerling als een individu te zien. Er zijn leerlingen die veel aandacht vragen en dat ook vaak krijgen. Juist de wat meer teruggetrokken leerlingen probeer ik erbij te betrekken. Ik doe m’n best om een goede leraar te zijn, de oogst is aan de leerlingen.’

Van Dis reageert bescheiden op Marnix’ lovende woorden:

‘Ja, het is een dankbare taak om jonge mensen op te leiden. Ik vind het een verantwoordelijkheid én een eer. In veel intermenselijke contacten heb je niet het contact dat je met leerlingen hebt. Het is iets unieks. Je trekt twee tot drie jaar intensief met hen op. En het samen muziek maken, schept een band. Leuk dat Marnix muziekdocent wil worden. En wat hij zegt, over dat blijven ontwikkelen, dat zijn dingen die je doet als mens. Ik denk er niet over na hoe dat overkomt op andere mensen. Maar het is leuk om te horen dat hij ook zo wil zijn.’

Terug naar overzicht