• mediaopvoeding
Mettie de Braal

De mythe van de (niet) te missen smartphone

een gesprek met Henk van Eckeveld, locatiemanager van het Van Lodenstein College in Kesteren, over oudercollectieven rond het gebruik van sociale media en de smartphone

Alblasserdam, Middelburg, Uddel; overal in het land ontstaan oudercollectieven met betrekking tot het gebruik van sociale media en de smartphone. Hoe ga je er als school mee om en wat vinden ouders ervan?

Locatiemanager Henk van Eckeveld (54) van het Van Lodenstein College in Kesteren heeft op initiatief van ouders goede gesprekken gevoerd met het oudercollectief Bewustgezin.nl.

‘Ook op onze school is een ouderpanel actief dat meedenkt over bijvoorbeeld het omgaan met de smartphone’, vertelt Van Eckeveld. ‘Uiteindelijk hebben enkele ouders die deelnamen aan het oudercollectief op persoonlijke titel zitting genomen in het ouderpanel. We wilden er niet weer een overlegvorm bij. Het ouderpanel fungeert als oren en ogen van de school en als spreekbuis voor ouders. Zij die geen internet hebben, sturen we alle informatie per post. Leerlingen kunnen in de mediatheek terecht om hun opdrachten op de computer te zetten.’

Adriaan en Corrie Hoogerland uit Krabbendijke waren niet van plan hun kinderen Sandra (13) en Geert (11) bij de overgang naar het voortgezet onderwijs een smartphone te geven. Ze sloten zich aan bij een oudercollectief. Corrie: ‘Het is goed om te weten dat er ook andere ouders zijn die participeren in het collectief. Anderzijds is het vooral belangrijk om zelf een visie te ontwikkelen. Voor dat laatste hebben wij het collectief eigenlijk niet gebruikt. Onze persoonlijke ervaringen hebben ons tot dit besluit gebracht, met de kanttekening dat het vandaag staat, maar wellicht over een jaar gewijzigd is. Elke ouder draagt hierin een eigen verantwoordelijkheid.’

Kritisch kijken

Van Eckeveld constateerde ongewenste effecten van de smartphone. ’Met elkaar merkten we dat ook de negatieve aspecten ervan de school binnenkwamen. We hanteerden de regel dat er geen smartphone in de klas mocht en op de gang en in de aula voerden we een gedoogbeleid. Het gevolg was dat leerlingen in de pauze nauwelijks met elkaar spraken. Het tafelvoetbalspel en de tafeltennistafel bleven onaangeroerd staan. Iedereen vermaakte zich met zijn eigen smartphone. Ook vingen we signalen op van pesten via sociale media, buitensluiten uit appgroepen en sexting.’

‘Laten we jongeren ons vertrouwen geven. Dan gebeuren er mooie dingen’

Henk van Eckeveld

De directie organiseerde gesprekken met het ouderpanel, het leerlingpanel en docenten. Van Eckeveld kijkt daar met genoegen op terug. ’We zijn open het gesprek ingegaan. Wat maakt voor jullie als leerling de smartphone zo belangrijk? Hoe gaan we jullie informeren als je op school je smartphone niet mag gebruiken? Wat vinden jullie van buitensluiten en sexting? Hun antwoord op de laatste vraag luidde: “Dat kan niet en dat willen we niet.”’ De leerlingen kwamen met het concrete voorstel om meer klokken en roosterborden in de school op te hangen, vervolgt Van Eckeveld. ‘Die hangen er inmiddels op elke verdieping. De leerlingen gaven ons ook mee dat als we de smartphone wilden verbannen, we dat in één keer goed moesten doen: aan het begin van het nieuwe schooljaar. Die raad hebben we per 1 augustus 2018 opgevolgd. En ja, dat geldt ook voor docenten. Voor hen zijn door de school eigen laptops aangeschaft. Goed voorbeeld doet goed volgen.’

Bijbeltekst op het scherm

De kritische houding van ouders Hoogerland kwam vanuit een andere invalshoek: ‘Onze kritische houding richting de smartphone is versterkt door literatuur te lezen en door onze persoonlijke ervaring met een smartphone.

De literatuur die we elke ouder aanraden is Het ondiepe van Nicolas Carr, Onlife van Kathleen Gabriels en Socialbesitas van Kalis & Kisjes. Deze boeken maakten ons alert op het feit dat een smartphone echt ontwikkeld is om er zo veel mogelijk tijd in te steken.’

Corrie Hoogerland schafte toen haar oudste dochter in groep 8 zat voor zichzelf een smartphone aan. ‘Ik wilde ervaren wat het was. Ik vond het geweldig. Er ging een wereld voor me open: ik personaliseerde mijn apparaat, las Matthew Henry in het Engels, kreeg elke dag een Bijbeltekst op het scherm. Als ik rustig op m’n scherm aan het lezen was, vroeg een hyperlink mijn aandacht, zodat ik klikte en verder las, opnieuw klikte en iets anders las. Bovendien genoot ik van het WhatsAppcontact met familie en vrienden. Ik kreeg het er erg druk mee en merkte snel dat ik niet meer rustig uit een offline Bijbelverklaring kon lezen. In die tijd las ik Het ondiepe en zag bij mezelf de technische processen plaatsvinden die Nicolas Carr in zijn boek beschrijft: minder diep lezen, minder concentratie, meer onrust. Ik schrok enorm. Binnen drie maanden heb ik het toestel de deur uit gedaan. De smartphone had een te grote aantrekkingskracht op mij; daaruit concludeerde ik dat dit zeer waarschijnlijk ook geldt voor onze kinderen.’

Reëel en haalbaar

Recent is de periode zonder smartphone in de school geëvalueerd. Docenten laten enthousiast weten dat ze tevreden zijn. Er hoeven heel weinig smartphones ingenomen te worden. Ouders staan achter het besluit en willen zelfs een stapje verder gaan: ook op het schoolplein geen smartphone meer. ‘Ik denk dat we reëel moeten kijken naar wat haalbaar is. Leerlingen die echt heel nodig op hun mobiel moeten kijken, doen dat in de pauze op het plein. Bij de ingang staan negentig kluisjes om de smartphones in op te bergen. Er zijn er twee in gebruik. Zien we een leerling meer dan zes keer met een mobiel in de klas of in de gang, dan moet de leerling verplicht een kluisje gebruiken. Dit is tot nu toe niet nodig geweest.

Met dit gezamenlijk genomen, positief getoonzette besluit gaan we met de jongeren op zoek naar een goede omgang met de nieuwe dingen die op ons pad komen. Vertrekpunt moet Gods Woord zijn. We zeggen wel dat we de Heere willen dienen, maar doen we dat echt? Leg de Tien Geboden naast de smartphone: liegen, doodslag, sexting, pesten. Laten we de jongeren ons vertrouwen geven, zonder bang te zijn een verkeerde afslag te nemen. Dan gebeuren er mooie dingen.’ Ouders Hoogerland kijken zeker ook naar wat reëel en haalbaar is. ‘We houden regelmatig een smartphonepraatavond. Door deze smartphoneavonden is al van alles aan ons besluit verfijnd. Zo ligt er sinds een half jaar een gezinssmartphone in de keukenkast. Nu kunnen onze kinderen participeren in de klassenapp. Daar vroeg onze oudste dochter nadrukkelijk naar. De gezinssmartphone is voor iedereen beschikbaar, ook voor ons als ouders. Dat vinden we zelf ook een mooie manier van accountability.

We voelen mee in de pijn van het alleen staan. Anderzijds, hoe erg is het om alleen te staan? Persoonlijke keuzes vragen ook een persoonlijke verantwoording. Groepsdenken is niet per definitie juist. Dare to be different, is de stelregel van onze dochter. Een christen is ook anders, we hoeven hier niet te leven alsof we ons thuis voelen.’

Terug naar overzicht