• Stapp-methode
  • mediaopvoeding
Gesine Zuijdweg

Snuffelen aan het telefoontoestel

de Stapp-methode om kinderen te leren kritisch en wijs om te gaan met nieuwe media

‘Wat kun je met een smartphone allemaal doen?’ De kinderen van groep 1 van de Koningin Wilhelminaschool in Zoetermeer hoeven daar niet lang over na te denken. ‘Kijken of het gaat regenen.’ ‘Een appje sturen.’ ‘Een selfie maken.’ De school gebruikt de Stapp-methode om de kinderen te leren kritisch en wijs om te gaan met nieuwe media. DRS Magazine woonde een les bij.

Het is mediaweek op de Koningin Wilhelminaschool. Alle klassen krijgen lessen over mediawijsheid. In groep 3 gaan de kinderen aan de slag met de les Schilder je selfie. Juf Stijnie den Besten begint met de vraag: ‘Weten jullie nog dat we de vorige les allemaal in een klein spiegeltje hebben gekeken? Wat zagen we toen?’ Thijmen: ‘Jezelf!’ Juf Stijnie vraagt: ‘Zagen we er allemaal hetzelfde uit?’ Ruben: ‘We hadden allemaal andere kleur ogen.’ Juf Stijnie: ‘Welke verschillen zagen we nog meer? Hadden we bijvoorbeeld allemaal dezelfde kleur van ons gezicht?’ De kinderen schudden hun hoofd en Aysa steekt haar vinger op: ‘Mijn gezicht heeft een andere kleur, want ik kom uit een ander land.’ ‘Dat klopt’, zegt de juf. ‘Wat is het mooi dat de Heere ons allemaal verschillend heeft gemaakt!’

‘Belangrijk dat kinderen zich verwonderen over hoe de Heere ons heeft gemaakt’

Stijnie den Besten

Foto van jezelf

‘Wie weet wat een selfie is?’ Dat weet Jiska wel: ‘Een foto van jezelf.’ ‘Net zoals je in de spiegel hebt gekeken, kun je ook een foto van jezelf maken’, legt de juf uit. ‘Dat gaan we nu met z’n allen doen. We hebben geen tijd om te schilderen, daarom gaan we een selfie tekenen. Je krijgt een blaadje en een spiegeltje en dan mogen jullie met de kleurpotloden jezelf natekenen. Dan krijgen we dus allemaal verschillende tekeningen, want jullie zien er allemaal verschillend uit. Dus wel goed in je spiegeltje kijken, hoor!’ De kinderen pakken de kleurpotloden en gaan ijverig aan de slag. Tim pakt zijn spiegeltje erbij, kijkt erin en steekt zijn tong uit. ‘Selfie!’, roept hij. Sterre bekijkt zichzelf nog eens goed in haar spiegeltje: ‘Ik heb twee tanden eruit, dat ga ik ook tekenen.’ De juf loopt door het lokaal en staat stil bij het tafeltje van Ruben. Hij is bijna klaar met zijn tekening en zegt tevreden: ‘Ik word echt heel mooi! Ik ben alleen mijn tong nog vergeten. Zo, klaar!’

Juf Stijnie vindt het fijn om met de nieuwe Stapp-methode van Driestar onderwijsadvies te werken. ‘De lessen worden kant-en-klaar aangeleverd en zijn erg makkelijk uit te voeren. De kinderen vinden het leuk om ermee aan de slag te gaan.’

Slimme telefoon

Ook de kleuters doen mee aan de mediaweek. In groep 1/2 zit juf Suzanne den Hertog met de kleuters in een kring. Ze heeft een ouderwetse telefoon vast. Ze kijkt de kring rond en vraagt: ‘Wie weet wat je hiermee kunt doen?’ ‘Bellen’, zegt Levi. De juf roept Levi bij zich en zegt: ‘Laat maar eens zien hoe dat werkt.’ Levi pakt de hoorn van de telefoon en houdt hem tegen zijn oor. Juf Suzanne: ‘Met wie ga je bellen?’ Levi denkt even na: ‘Met Lars!’ Juf Suzanne: ‘Kun je Lars nu horen?’ Levi schudt zijn hoofd. Joost wil hem wel helpen. Hij komt ook naar voren en drukt met zijn vingertje wat knopjes in. ‘Je moet de nummertjes van de telefoon van Lars indrukken’, zegt hij. Juf Suzanne steekt haar duim omhoog: ‘Wat knap van jou, zeg!’ Dan houdt ze een smartphone in de lucht en vraagt: ‘Wie weet wat dit is?’ Thijs: ‘Een iPhone.’ Juf Suzanne glimlacht. ‘Goed, hoor! Jullie weten vast wel wat je hier allemaal mee kunt doen.’ Ze kijkt de kring rond. ‘Downloaden’, ‘filmpjes kijken’, ‘een selfie maken’, ‘appjes sturen’, klinkt het door het lokaal. De juf leest een verhaal voor over een telefoon waarmee je niet alleen kunt bellen, maar ook foto’s mee kunt maken en berichtjes versturen. Je zou het dus eigenlijk een “telefoonfotoberichtjestoestel” kunnen noemen. De kinderen lachen. Als het verhaal uit is, legt de juf uit dat zo’n telefoon een smartphone heet. ‘Dat is Engels voor “slimme telefoon”.’

‘Kleuters weten al veel van digitale media. Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten’

Suzanne den Hertog

Dan is het tijd dat de kleuters aan de slag gaan. De juf geeft instructies. ‘Jullie mogen je eigen smartphone maken en daarop plaatjes tekenen van wat je allemaal met je smartphone kunt doen. Die plaatjes noem je apps. Je kunt bijvoorbeeld een plaatje tekenen van een fototoestel. Dan heb je een app om foto’s te maken.’ De kinderen pakken hun stoeltje en gaan aan een tafeltje zitten. De stiften staan al klaar. De juf deelt blaadjes uit waarop een lege smartphone staat afgebeeld. Stef pakt meteen een stift. Met het puntje van zijn tong uit zijn mond tekent hij vierkantjes op zijn blaadje. In het ene vierkantje tekent hij een telefoon. Het vierkantje ernaast krijgt een auto. ‘Daar kun je een racespelletje mee doen.’ Juf Suzanne loopt rond. ‘Wat gebeurt er als ik op dit knopje druk?’ vraagt ze aan een meisje. Fenne moet even nadenken. ‘Dan kun je zien of het vandaag gaat regenen.’ ‘Wow, wat goed van jou!’ reageert de juf. Fenne glundert.

Losse lessen

Juf Suzanne is i-coach op de Koningin Wilhelminaschool. ‘Dit is de eerste keer dat we een mediaweek organiseren. We willen het nog verder uitbreiden door bijvoorbeeld schoolbreed hetzelfde onderwerp aan te pakken. De ouders worden hierover geïnformeerd, zodat ze er thuis met hun kinderen over kunnen doorpraten.’ Juf Suzanne is enthousiast over de Stapp-methode. ‘We hebben een presentatie over de methode op school gehad. Binnen ons team hebben we vervolgens wat proeflessen bekeken. Eerder besteedden we ook al aandacht aan media, maar dan in losse lessen. Nu is er sprake van een doorgaande lijn. Veel verschillende onderwerpen komen aan bod: privacy, intieme media, films, reclame, cyberpesten en games. Ik geef mijn eigen interpretatie aan de lessen, maar gebruik de lessen van Stapp als basis. Het sluit aan bij de belevingswereld.’ Vindt juf Suzanne het belangrijk om bij de kleuters ook al aandacht aan digitale media te besteden? ‘Je merkt hoeveel ze er al van afweten. Het speelt in deze tijd en daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.’

Stap voor stap bewust online

Wim van den Bosch, onderwijsadviseur Driestar Onderwijsadvies en projectleider van de Stapp-methode

Waarom is het belangrijk kinderen en jongeren media-onderwijs te geven?

‘De auteurs van de methode hebben als missie kinderen voor te bereiden hun plek als christen in de maatschappij in te nemen. Scholen sluiten aan bij de opvoeding thuis. Nieuwe media hebben in de huidige maatschappij een grote plek ingenomen en die plek groeit alleen maar. Onderzoek toont aan dat kinderen, jongeren en volwassenen het moeilijk vinden om op een goede wijze hiermee om te gaan. Er leven veel vragen bij opvoeders over het vraagstuk van participatie en distantie. Waar kunnen we als christen aan meedoen en waar dienen we ons verre van te houden? Opvoeders ontdekken dat het bij mediavorming niet alleen gaat over het bedienen van apparaten. Van de regel “je mag een half uur per dag achter het beeldscherm” kom je al snel bij de vraag hoe je als christen omgaat met genadetijd en hoe ontspanning daarin een plaats krijgt. Of als je spreekt over het kijken naar vlogs, gaat het uiteindelijk over de manier waarop je – misschien zelfs onbewust – wordt beïnvloed. Het gesprek krijgt daarmee een diepere laag. Aandacht voor mediavorming biedt dus uitgelezen kansen voor opvoeders om te spreken over de meest wezenlijke zaken van het leven.’

Wat is het doel van de Stapp-methode?

‘Stapp helpt leerkrachten bij mediavorming in de klas. We gaan verder dan alleen kennis en vaardigheden op het gebied van media, door te werken aan het vormen van de houdingen van kinderen. We nemen hierbij Bijbelse waarden als uitgangspunt. Dan staat de vraag centraal: hoe wil de Heere dat wij leven? We hebben niet de illusie dat kinderen met het geven van lessen uit de Stapp-methode volledig mediawijs worden. De lessen vormen een mooi element in de mediavorming. De Bijbelse waarden gelden namelijk ook voor het offline-leven. Matigheid geldt voor de omgang met media, maar ook voor bijvoorbeeld onze vrijetijdsbesteding of koopgedrag. Verder is het heel belangrijk dat de opvoeders thuis worden geactiveerd en toegerust. Meer dan ooit is de samenwerking tussen gezin, school en kerk van belang. Door de inzet van Stapp kan dit worden geïnitieerd of versterkt.’

Wat heeft de methode te bieden?

‘Bij de ontwikkeling hebben we gebruikgemaakt van de theorie van de attitudevorming. Om waarden bij kinderen te verinnerlijken, is het naast het bieden van kennis ook belangrijk om te oefenen en te ervaren. Daarom zijn de lessen opgebouwd door kennisoverdracht en gebruik van media, het opdoen van ervaringen en het reflecteren hierop, om te komen tot gedragsverandering.’

Voor wie is de Stapp-methode bedoeld?

‘Voor kinderen van 4 tot 14 jaar. Omdat ze al heel jong in aanraking komen met media kun je niet vroeg genoeg beginnen met mediavorming.’

Welke toekomstplannen zijn er?

‘We ontwikkelen nu lessen rond de thema’s games en nieuwswijsheid. Verder zorgen we ervoor dat het materiaal jaarlijks een update krijgt. Ook denken we na over hoe we scholen kunnen toerusten in het vormgeven van burgerschapsonderwijs. We besteden daarbij aandacht aan deelgebieden van burgerschap, zoals mediavorming, seksuele vorming en sociale vaardigheden.’

Kijk voor meer informatie op www.stappmethode.nl

Terug naar overzicht