• liefde
Egbert Slagboom

We hangen op school niet het stel uit

Wartburgkoppel Jan Jaap en Trudy Snijders over hun relatie

Het voortgezet onderwijs is een belangrijke plek voor ontluikende liefde. Jongeren krijgen er oog voor elkaar, wat niet zelden tot een liefdesrelatie leidt. Maar soms zijn het ook collega’s die juist daar verliefd op elkaar worden. Jan Jaap (52) en Trudy Snijders-de Leeuw (53) uit Nieuw-Beijerland spreken uit ervaring. Na 27 jaar werken ze allebei nog steeds op het Revius. ‘We houden gezonde afstand, vallen niet te pas en te onpas elkaars lokaal binnen en hangen ook in de personeelskamer niet het stel uit.’

Na hun universitaire studie startten zij rond hun 26e als docent op het Revius, de Wartburg-locatie in Rotterdam-Zevenkamp. Zij (53) geeft er sinds 1991 Nederlands, hij (52) sinds 1992 Engels. Hoewel ze allebei in 1978 naar de Guido de Brès in Rotterdam-Zuid gingen, kwamen ze elkaar toch niet tegen. ‘Die school had toen zo’n grote brugklaslichting dat we ons niet kunnen herinneren elkaar daar tegengekomen te zijn.’

Trudy komt uit Andel. Het gezin De Leeuw was lid van de gereformeerde gemeente in Veen. Zij: ‘Een broer van een oom van Jan Jaap behoorde ook tot onze gemeente. Daarmee liepen er al wat dunne lijntjes.’ Jan Jaap is afkomstig uit Nieuw-Beijerland. ‘Toen mijn moeder rond 1992 de Revius-schoolgids onder ogen kreeg, zei ze: “Ik weet nog een heel leuk meisje voor je.” Op basis van de fotootjes koos ze Trudy uit.’

Personeelsreis

Trudy vertelt: ‘Samen met nog wat andere nieuwe collega’s vormden we in de pauze een groepje. Maar onze relatie is eigenlijk begonnen toen er een collega Nederlands overspannen raakte. Jan Jaap ging toen als invaller dat vak geven. Hij gaf les in het lokaal naast het mijne. We hadden overleg over de toetsen en hij kwam geregeld mijn lokaal binnenvallen.’

Jan Jaap vervolgt: ‘Zo tegen de zomer van 1994 was er de Revius-personeelsreis. Ik kwam naast haar in de bus te zitten. Door een ongelukje liep ik die dag niet zo snel, dus wij gingen, los van de groep, samen Amsterdam in. Toen we terugkwamen, bleek dat de bus al vertrokken was. Die bleek vanaf een andere vertrekplaats vertrokken te zijn dan wij dachten.’ Het stel besloot voor het vervolg met de trein en de metro te reizen.

Gejoel

Zij: ‘Toen we bij de dinerlocatie arriveerden, klonk er een luid gejoel. De collega’s hadden blijkbaar zo hun vermoedens, hoewel er toen officieel nog niets was.’ Hij: ‘In de zomervakantie erna zijn we samen gaan fietsen. We kwamen vlakbij school Wim van der Wilt, adjunct-directeur op het Revius, tegen. Nooit heeft hij er met één woord over gerept, tot op de dag van vandaag niet. Bij de openingsbijeenkomst zijn we bewust hand in hand naar de kerk gelopen in het zicht van de leerlingen. Zo maakten we onze relatie ook aan de leerlingen bekend.’ Later merkte een leerling die in Capelle aan den IJssel een ochtendkrant bezorgde ondeugend op: ‘Ik zag vanochtend vroeg uw auto bij de flat van mevrouw De Leeuw staan!’ Daarop voelde Jan Jaap zich geroepen om te vertellen dat hij al vroeg samen met Trudy uit Andel was komen rijden. In mei 1995 zijn ze verloofd, in april 1996 getrouwd. Jan Jaap, enig kind, wilde graag in de plaats blijven wonen waar ook zijn ouders woonden, Nieuw-Beijerland. Ze weten zich gezegend met hun twee dochters, Ammy (20) en Meredith (18).

Receptie op het Revius

Hoe was dat: die ontluikende liefde ten aanschouwe van leerlingen en collega’s? De collega’s hebben ze er nooit meer over gehoord, alleen was er dat plagerijtje rond de personeelsreis naar Amsterdam. ‘Wees voorzichtig met een relatie op de werkvloer’, zo menen ze. ‘Wij hebben altijd gezegd: we houden gezonde afstand, vallen niet te pas en te onpas elkaars lokaal binnen en hangen ook in de personeelskamer niet het stel uit. Nooit zijn we erop aangesproken door de directie.’ De leerlingen vonden het altijd leuk. Toen ze trouwden, waren er 140 leerlingen op de receptie. Natuurlijk werd dat in het Revius gevierd. Een cateraar had de nog nieuwe school helemaal aangekleed. Leerlingen uit hun mentorklassen (2-vwo en 4-mavo) hadden allerlei stukjes opgevoerd. Op het schoolparkeerterrein liepen leerlingen, verkleed als Engelse parkeerwachten, rond om daar alles in goede banen te leiden. ‘Het was een heel drukke receptie.’

‘Je weet allebei hoe intensief werken in het onderwijs is’

Jan Jaap en Trudy Snijders

Voordelen

Beiden zijn er stellig over: een gedeelde werkkring biedt voordelen. ‘We raden het anderen aan. Samen praten we veel over school. Je weet allebei wat onderwijs inhoudt, ook hoe intensief dat werk is. Trudy: ‘Als ik niet in het onderwijs zou zitten, zou ik zijn hoeveelheid werk anders taxeren.’ Jan Jaap: ‘Voor haar als parttimer is het prettig te bespreken wat de grenzen zijn van haar inzet. Soms zeg ik: zou je niet eens stoppen? Je bent geen fulltimer. Volgens mij is het goed zo.’

Bij de start van een cursusjaar nemen ze samen de klassen door. Gelukkig delen ze hun pedagogische insteek: in de omgang met bijvoorbeeld een moeilijke leerling moet je eerst een relatie opbouwen. Hij: ‘Je verwelkomt een leerling met een open blik en je laat blijken dat je al iets van hem of haar weet: met name iets positiefs, omdat hij of zij vorig jaar bij je vrouw in de klas heeft gezeten. Dat wordt positief ervaren. Er is sprake van kruisbestuiving.’

Op de vraag of lesgeven aan dezelfde leerlingen lastig is, reageert het stel ontkennend. ‘Ze hebben ons nooit tegen elkaar uitgespeeld’, licht Trudy toe. Jan Jaap, met haar zichtbare instemming: ‘Het is juist goed. Omdat we mensen met verschillende karakters en verschillende lesstijlen zijn, voorkomen we samen dat we een probleem gaan verabsoluteren.’

Strenger

Jan Jaap en Trudy zien bij elkaar ook de verschillen. Trudy: ‘Jan Jaap is meer een gevoelsmens. Hij is inventief en kan beter improviseren. Ze vinden mij wel strenger dan hem. Vanwege zijn grotere taakomvang kan hij zijn werk ook niet altijd voorbereiden zoals ik dat doe of zou willen doen.’ Jan Jaap: ‘Trudy is georganiseerder. Ik zeg wel eens tegen haar: “Zo of zo is het misschien aansprekender.” Trudy: ‘Hij zegt wel eens tegen mij: “Help me eens dit of dat te organiseren.”

Thuis wordt er heel veel Engels gesproken. Hun tweede dochter spreekt beter Engels dan Nederlands. Zij: ‘Prima, maar soms word ik het zat. Anglicismen verbeteren we.’ Hij: ‘Onze oudste dochter is veel Engels gaan spreken toen ze op de Guido de Brès tweetalig onderwijs ging volgen. Onze jongste pikte het mede daardoor vanaf haar tiende op.’

Verliefde leerlingen

Merken de twee weleens iets van verliefdheid tussen leerlingen? ‘Ik hanteer mijn eigen plattegrond’, legt Trudy uit. ‘Ik had pas twee leerlingen naast elkaar gezet.’ Bij Jan Jaap hebben ze geen vaste plekken. ‘Maar ik merkte dat dat tweetal ook bij mij naast elkaar ging zitten.’ Trudy giechelt: ‘Dat hoor je dus van elkaar. En dan weet je genoeg.’

De laatste jaren krijgen ze ook leerlingen in de klas die ‘kinderen van’ blijken te zijn. Zij: ‘Ooit zei ik tegen een drukke leerling uit het Westland die meer praatte dan meedeed met de les: ‘Toch zie ik jou later nog eens in een Mercedes rondrijden’. Zo’n twintig jaar later komt zijn dochter naar me toe en zegt: “Ik moest van mijn vader zeggen dat hij net een Mercedes gekocht heeft!” Schitterend toch?’

Terug naar overzicht